Trips

Uit Wiet Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken
Bestand:Trips.jpg
Trips.jpg‎
Bestand:Thrips.jpg
Thrips.jpg‎

Tripsen (Thysanoptera) zijn kleine, dunne insecten met gerafelde vleugels (vandaar de wetenschappelijke naam Thysanoptera: een combinatie van het Griekse thysanos (rafel) en pteron (vleugel)).

Andere vaak gebruikte namen voor tripsen zijn Onweersvliegjes of Onweersbeestjes. Tripsen voeden zich met sappen uit cellen van verscheidene soorten planten en dieren door gaatjes in de cel te prikken en de inhoud op te zuigen. Veel soorten tripsen worden hierdoor bij boeren gezien als ongedierte omdat ze de gewassen aantasten. Andere soorten tripsen voeden zich met sappen uit andere insecten of mijten en worden nuttig bevonden, terwijl de rest van de soorten zich voedt met sappen uit schimmels. Er zijn tot nu toe zo'n 5000 soorten bekend.

Herkenning van Trips

Tripsen zijn zeer klein (<1 mm in de breedte) en kunnen niet zo goed vliegen, hoewel ze door thermiek en de wind ook op grote hoogtes kunnen voorkomen. Onder optimale omstandigheden kunnen tripsen zich erg gemakkelijk en snel vermenigvuldigen waardoor mensen ze als storend ervaren en als plaag worden gezien.

Dit dier heeft een steek zuigsnuit en doet zich te goed aan bladcel sappen waarbij ze de cel kapot steken. Zij brengen in tegenstelling tot de luizen geen giftig speeksel in de cel maar vullen deze met lucht. Na enige tijd krijgt de plant een grijsachtig en verdroogd uiterlijk omdat alle cellen leeggezogen zijn. Deze insecten kunnen zich makkelijk verplaatsen en veroorzaken op die manier snel veel schade.

De thrips legt zijn eieren in het bladweefsel. Deze komen na 8 dagen uit.De jonge larven zijn witachtig van kleur en leven in groepen tezamen in een later stadium verspreiden ze zich over het blad. Na 14 dagen begint de verpopping.

De meest voorkomende soorten thrips zijn de Gestreepte Kasthrips (Parthenothrips dracanae) en de Tabaksthrips (Thrips tabaci). De Californische Thrips is vooral moeilijk te bestrijden vanwege zijn grote resistentie voor diverse insecticiden.

Californische trips komt met name in de kas voor, maar zomers ook buiten. Het is niet bekend of deze trips in Nederland buiten kan overwinteren. De Californische trips verpopt zich over het algemeen onder de grond of op beschutte plaatsen, maar soms ook op bladeren en in bloemen. De levenscyclus duurt twee tot drie weken bij 20-30°C. Californische trips is de overdrager van TSWV (Tomato Spotted Wilt Virus) in verschillende gewassen, zoals bijvoorbeeld chrysant en amaryllis.

Kenmerken van Californische trips:

  • ongeveer 1,3-1,4 mm groot
  • volwassen tripsen zijn geel tot oranje van kleur
  • volwassen tripsen komen vooral in het bovenste gedeelte van de plant voor
  • De antennes hebben acht segmenten (waarneembaar met een binoculair)
  • bloemknoppen en groeipunten kunnen ernstig misvormd uitgroeien
  • als er bloemknoppen of bloemen aanwezig zijn, trekt de trips daar naar toe

eet ook stuifmeel

  • verpopping vindt over het algemeen plaats in de grond
  • gaat niet in diapause
  • kan virussen overbrengen

Bestrijding van Trips

Als eerste is vooral belangrijk de luchtvochtigheid te verhogen naar 75-80% omdat de plaag zich dan ieder geval minder snel verspreidt. Thrips houdt niet van hoge luchtvochtigheid. Dit alleen zal niet voldoende zijn om van de dieren af te komen. Spoelen met water en een oplossing van zachte gele zeep (20g p liter) en 10cc brandspiritus (methanol) zijn een eenvoudige oplossing. Als dit niet het gewenste resultaat oplevert kunnen de volgende middelen uitkomst bieden:

Op biologische wijze kan geprobeerd worden met de roofwants te werken. Deze dieren zijn te koop bij gespecialiseerde bedrijven. Ze voeden zich met insecten waaronder thrips maar ook met mijten.

Amblyseius cucumeris: een lichtbruine, zeer beweeglijke roofmijt die zich het beste voelt bij een hoge luchtvochtigheid en een temperatuur van 25 graden. De cyclus van eitje tot volwassene is (afhankelijk van de temperatuur) 8-11 dagen. Deze roofmijt leeft 18-21 dagen en pakt de trips aan in het eerste larvale stadium en zuigt ze leeg. Dat is dan ook de reden dat preventief uitzetten van deze roofmijt bij eerdere trip-besmetting en/of nieuwe aanplant zin heeft en zelfs is aan te bevelen.

Amblyseius Degenerans: een roofmijt die iets groter is dan haar 'zusje' Cucumeris. De levenscyclus is vergelijkbaar met die van de Cucumeris. Degenerans is echter beweeglijker, minder temperatuurgevoelig en gedijt beter bij een lagere luchtvochtigheid. Degenerans bevindt zich vaker dan Cucumeris in de toppen en vangt trips op dezelfde manier als Cucumeris. De hogere beweeglijkheid, het minder gevoelig zijn voor temperatuur & luchtvochtigheid en het zich ophouden in bloem/top maakt Degenerans soms succesvoller / effectiever dan Cucumeris, vooral bij een lage luchtvochtigheid. Het nadeel is dat Degenerans moeilijker is te kweken en is daardoor duurder en niet altijd beschikbaar.

Orius laevigatus: een snelle donkerbruine roofwants 1-3mm groot met kenmerkende rode ogen. De cyclus ei-volwassene bedraagt 2-3 weken; de volwassen wants leeft drie tot vier weken. Cyclus en levensduur zijn afhankelijk van de temperatuur. In samenwerking met Degenerans of Cucumeris is Orius in staat de trip-populatie op een aanvaardbaar niveau te houden of te vernietigen. Bij eerste ontdekking van trips is het uitzetten van Orius zeer aan te bevelen. Wanneer er geen trips meer te bejagen zijn, eet Orius ook andere insecten in de kweekruimte zoals spint, bladluis en wittevlieg. Bovendien is Orius de enige natuurlijke vijand die naast de larven ook de volwassen trips als prooi heeft. Orius zuigt de prooi leeg en is een zeer vraatzuchtige en agressieve jager die in sommige gevallen zelfs de prooi doodt zonder dat deze als voedsel dient.

Chrysopa Carnea: een gaasvliegje waarvan de zeer agressieve larven de prooi aanvallen en leegzuigen. De larven zijn 12-13 dagen zeer actief en kunnen in deze periode grote schade toebrengen aan de plaagpopulaties die zij bejagen (witte vlieg, trips en bladluis). Hoewel Carnea minder actief is tegen trips en vooral gebruikt wordt ter bestrijding van bladluis, kunnen de larven van dit gaasvliegje ook hier worden ingezet. Carnea kan uitstekend tegen sterk wisselende temperaturen en luchtvochtigheid. Preventief uitzetten van dit gaasvliegje heeft geen zin. Alleen bij zichtbare aantasting gebruiken en vanwege de mobiliteit van de larven is het belangrijk deze dichtbij de haard van de besmetting uit te zetten.

Voorkomen van Trips

Externe links

420shop online headshop