Bevloeiing

Uit Wiet Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

We doen er alles aan om de planten zo goed mogelijk te laten groeien. We zorgen voor een optimale belichting en voor voldoende toevoer van CO2.
Als derde component is de regelmatige bevloeiing een onmisbare schakel.

Introductie

In zijn simpelste vorm bestaat een irrigatiesysteem uit een tijdklokgestuurde dompelpomp, waaraan slangen met druppelaars zijn bevestigd. De dompelpomp wordt geplaatst in een voedingsvat met een zodanige inhoud dat we niet vaker dan twee keer in de week het vat hoeven te vullen. We gaan daarom uit van een voedingsvat met een inhoud van ten minste 25 liter per m2 kweektuin. Per vierkante meter tuin wordt 5-7 liter water met voedingsstoffen per dag verbruikt. Eens in de 3 - 4 dagen bijvullen is dan voldoende. Bedenk dat er altijd voldoende water in het vat moet blijven staan om het verwarmingselement en de dompelpomp onder water te houden. Beide instrumenten gaan kapot als ze zonder water in werking zijn...

Het voedingsvat

Het voedingsvat wordt bij voorkeur op de grond geplaatst. In de eerste plaats werkt dat ruimtebesparend. Het voedingsvat kan immers onder de kweektafel(s) worden gezet. In de tweede plaats wordt zo voorkomen dat er werking van communicerende vaten optreedt. Wanneer het vat hoog wordt geplaatst, zal het water ook zonder het gebruikmaken van een dompelpomp uit het vat stromen. Dit gebeurt net zo lang tot het waterniveau in het vat hetzelfde is als het niveau van het laagste punt van de aan gesloten irrigatieslang. Voor het probleem van de communicerende vaten zijn wel weer oplossingen te bedenken, bijvoorbeeld het koppelen van een elektrische kraan tussen het voedingsvat en de irrigatieslang. Deze oplossing is onnodig duur. Wel kunnen we het optreden van communicerende vaten voorkomen door het plaatsen van een ontluchtingsslangetje op het hoogste punt van het tyleen en boven het vloeistof nivo. De dompelpomp moet voldoende krachtig zijn om het water naar alle te installeren druppelaars te stuwen. Voor een kweektuin van 2 tot 10m2 is een dompelpomp met een opvoerhoogte van 7 meter bij het gebruik van een 1 inch irrigatieslang voldoende. De druk van de dompelpomp mag ook weer niet te hoog zijn, omdat de druppelaars (ook capillaire genoemd) dan niet druppelen maar spuiten...

De meeste druppelaars werken vanaf een druk van 0,5 bar. Op de dompelpomp sluiten we een irrigatieslag (PE-slang) aan. De irrigatieslang loopt door het midden van de kweekbakken. In de PE-slang maken we vervolgens gaatjes, waarin we druppelaars bevestigen. Voor elke plantje installeren we een druppelaar. We willen voorkomen dat de nauwe openingen van de druppelaars verstopt raken door stof en klein vuil. We nemen daarom twee maatregelen. In de eerste plaats sluiten we het voedingsvat met een deksel af, zodat er geen ongewenste verontreiniging van het water optreedt. In de tweede plaats zetten we een filter ( de zogenaamde PE-filter) tussen de dompelpomp en de irrigatieslang.

In een ideale situatie moeten planten gelijkmatig over de dag verspreid water en voedingsstoffen krijgen. We kunnen dit regelen door een schakelklok op het irrigatiesysteem aan te sluiten. Een geschikte schakelklok moet voorzien zijn van een minuut instelling en moet minstens 6 keer per dag aan en uit kunnen schakelen. Moderne schakelklokken zijn digitaal. Voor het opslaan van de ingestelde tijden gebruiken deze klokken een geheugen. Bij een stroomstoring zorgt een reservestroomvoorziening voor het vasthouden van het geheugen. In sommige gevallen komt die reservestroom van batterijen. Dit heeft als nadeel dat batterijen opraken. Als de batterijen leeg zijn en er treedt een stroomstoring op, dan wordt het geheugen gewist. De gelijkmatige bevloeiing stopt en er kan schade aan de tuin optreden. Het verdient daarom aanbeveling om een schakelklok te kiezen met een accu als back-upstroomvoorziening. Ons irrigatiesysteem zorgt er nu voor dat de plantjes op tijd de juiste hoeveelheid water en voedsel krijgen. De druppelaars zorgen voor een gelijkmatige verspreiding van het voedingswater.

Het water kan via een gootje (libra bakken) worden afgevoerd. De bevloeiing van de planten gedurende 18-urige lichtcyclus verdelen we bij voorkeur over 6 beurten. De eerste voedingsbeurt vindt plaats bij het aanschakelen van het licht. Elke 3 uur volgt een voedingbeurt, tot 3 uur voor het licht weer uitgaat (de planten moeten immers de aangeboden voeding in de belichtingsperiode kunnen opnemen!). In het begin laten we de druppelbeurten niet langer dan een minuut duren, omdat anders problemen met de doorworteling kunnen ontstaan. De korte bevloeiingstijd houden we de hele vegetatieve fase aan. In de generatieve fase (12-uurscyclus) verdelen we de 6 voedingsbeurten ook, de planten krijgen dan dus elke 2 uur water. Omdat de planten dan een stuk gegroeid zijn, laten we de druppelbeurten nu 2 minuten duren. Bij het bevloeien van de planten moet je goed opletten dat het voedingswater voldoende doorwatert. Er is sprake van goede doorwatering als ongeveer één derde van het toegediende vocht weer uitlekt. De doorwatering is belangrijk om te voorkomen dat zich voedingszouten ophopen in de steenwolmatten. Wanneer je onvoldoende doorwatert, is het verstandig het aantal druppelbeurten te verhogen.

Slotwoord

Tenslotte nog een woordje over veiligheid. Het zal iedereen bekend zijn dat water en elektriciteit net zo'n slechte verhouding hebben als water en vuur. Zowel de dompelpomp als het thermosstatische verwarmingselement werken op stroom en onder water. Gebruik daarom alleen materialen, waarvan je zeker weet dat ze goed zijn geïsoleerd. Bovendien is het verstandig om de stekkers uit het stopcontact te trekken, voordat je met je handen in het water in het voedingsvat komt. Het bespaart je mogelijk schokkende ervaringen.

Externe links

420shop online headshop